Joshua Sobol schreef drie theaterstukken over de Holocaust: Ghetto (1983), Adam (1989) en Underground (1990). Totdat hij Ghetto maakte had Sobol vermeden om onderzoek te doen, na te denken en te schrijven over de Holocaust. Zoals zoveel Joden was bij bang voor de pijnlijke gedachtes waarmee dit hem zou confronteren. Typerend voor de theaterstukken van Sobol is dat hij zich baseert op historische documenten en personages. Hij raakte geïnteresseerd in het Ghetto van Vilnius toen hij op de leus: "Geen theater op een begraafplaats!" stuitte. Deze leus wordt toegeschreven aan Herman Kruk, de bibliothecaris van het Ghetto. De dagboeken die Kruk schreef over o.a. zijn tijd in het Ghetto van Vilnius zijn na de oorlog teruggevonden. Kruk zelf overleefde de oorlog niet. Kruk en zijn arbeidersbeweging verzette zich tegen het idee van Jacob Gens om een theater op te richten in het Ghetto, kort nadat duizenden Joden door de Nazi's waren vermoord.
Sobol ontdekte dat de artistiek leider van dit theater Israël Segal, in het toneelstuk Shrulik genoemd, de oorlog had overleefd en dichtbij hem woonde in Tel Aviv. Sobol heeft Segal intensief geinterviewd. Daarnaast heeft hij grondig historisch onderzoek gedaan voor Ghetto.

Ghetto gaat over het opzetten van een theater in het Ghetto van Vilnius ten tijde van de Holocaust. Het theater stelt een aantal inwoners van dit joodse Ghetto in staat om te werken. Op basis daarvan ontvangen zij voedselrantsoenen waarmee zij en hun families een grotere overlevingskans krijgen. Ook zorgen zij voor het voortbestaan van de Joodse cultuur en voor afleiding en vermaak voor de bewoners van het Ghetto zodat zij, al is het maar voor even, hun ellende kunnen vergeten.
Een kledingwerkplaats onder leiding van een evenens historische figuur Weisskopf, waar kapotte uniformen van het Duitse leger worden hersteld is een andere mogelijkheid om te werken. Ook deze is controversieel want zij draagt bij aan de Nazi heerschappij. Sobol brengt dus mensen tot leven die een belangrijke rol hadden in het Ghetto van Vilnius: 'Shrulik, Herman Kruk, Weisskopf en Jacob Gens (hoofd van de Joodse politie) en later van het ghetto. Sobol laat het complexe karakter van deze personages zien door ze meer dimensioneel en ambivalent neer te zetten. Met zijn uitwerking van deze personages op basis van de historische feiten laat Sobol zien dat deze mensen niet goed of fout waren.
Sommigen hebben er moeite mee dat Sobol ook een aantal Joden in zijn stukken neerzet als collaborateurs en egoïstische personages. Sobol verdedigt dit door te verwijzen naar de historische feiten en zegt zijn personages niet te veroordelen. Sobol stelt dat moraliteit niet geldt als mensen niet kunnen kiezen uit goed of slecht, maar door de omstandigheden gedwongen worden te kiezen uit twee kwaden.